Verschenen op Mixedworldmusic.com

Ibrahim Maalouf - Wind
Mi'ster Productions

Na zijn meesterwerk, het drieluik Diagnostic, komt de Frans-Libanese trompettist Ibrahim Maalouf (1980) met een eerbetoon aan Miles Davis. Aanleiding is de melodramatische stomme film La Proie du Vent (1927, René Clair) uit de Albatros Catalogus gekozen door Maalouf, die daar opdracht toe kreeg van de Cinémathèque Française. Twee dromen zijn hierdoor uitgekomen: Maalouf heeft altijd al willen componeren voor een film en ook wilde hij altijd al een compositie maken, geïnspireerd op de baanbrekende soundtrack van Miles Davis bij de film Ascenseur pour l'Échafaud (1957, Louis Malle). Die mysterieuze, melancholische sfeer waar de suspense vanaf druipt, dat gevoel wilde hij omzetten in zijn muziek met een typisch jazzkwintet. Samen met Frank Woeste, de Duitse pianist die Maalouf bijstond met de arrangementen, en een zeer gerespecteerd Amerikaans trio (Mark Turner, Clarence Penn en Larry Grenadier) uit de traditionele en avant-gardistische jazzscene, heeft Maalouf de muziek in een halve dag opgenomen. Het is werkelijk een prachtplaat geworden, met hedendaagse jazz waarin iedere melodie een eigen mood weergeeft, en de subtiele kwarttonen de melancholiek extra aansterkt. Of, zoals drummer Clarence Penn in een promotiefilmpje zo treffend zegt: 'Miles meets the Arabic side of jazz.' (Januari 2013)

Criolo - Nó na Orelha 
Sterns

Is Brazilië ook al geïnfecteerd, net als ons land (Jungle by Night, Koffie, Mdungu), met het afrobeatvirus? Het valt in ieder geval wel op dat muzikanten open staan voor afroritmes die afwijken van de klassieke afro-braziliaanse vormen. Zo ook op de tweede cd van Kleber Cavalcante Gomes, ook wel bekend als Criolo. Toch is het album onmiskenbaar Braziliaans met samba, hip-hop, reggae, bolero en afrobeat. Zijn interesse voor ethio-jazz hoor je in de track Lionman waar hij een sample gebruikt van Sèlamtayé Yedrès. Dit jaar op het festival Back2Black in Londen speelde hij samen met zijn held Mulatu Astatke. Criolo die uit de hip-hop scene komt – hij heeft met Dan Dan een “rinha dos MC’s” opgezet, waar flink gebattled wordt tussen de rappers – staat niet alleen muzikaal open voor invloeden van buitenaf, maar voelt zich ook verbonden met de strijd die artiesten, zoals Fela Kuti, voerden. Want dat is waar Criolo over zingt, tegen onrecht, corruptie en armoede. Criolo, opgegroeid in een sloppenwijk in São Paulo – zijn ouders uit het arme droge Noordoosten van Brazilië dachten in de megastad een beter leven te krijgen – heeft het allemaal zelf meegemaakt. Criolo, of Criolo Doido, begon als broekie van 10 jaar al te rijmen en is sinds 1989 bezig als rapper/MC. Pas vanaf 2000 begint hij naam te maken. In 2006 verschijnt zijn eerste cd en na het verschijnen van Nó na Orelha is hij écht doorgebroken en uitgegroeid tot een megaster in Brazilië. Hopelijk gaat dat daarbuiten ook gebeuren. (Oktober 2012)



Gamelan of Java, Volume Five: Cirebon Tradition in America
Lyrichord Discs

Er zijn veel opnamen uitgebracht van klassieke hofensembles uit Yogyakarta, Surakarta en Sunda, en opvallend weinig uit Cirebon. Deze cd is daarom een welkome bijdrage aan de muzieksoort die door de eeuwen heen (westerse) componisten heeft geïnspireerd. Dat Cirebon een belangrijke rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van de Javaanse gamelan in het algemeen en dat ook de islam een grote invloed heeft gehad, zijn interessante gegevens die je kunt lezen in het cd-boekje. De Amerikaanse musicoloog Richard North heeft zich gestort op de historie van Cirebon en de kennis van hoogbejaarde hofmusici en dorpsmuzikanten opgetekend. De stukken, onder zijn leiding door Amerikaanse gamelanspelers gespeeld, zijn tussen 1992 en 2009 in Seattle en Santa Barbara opgenomen. North heeft dit voornamelijk gedaan om het kwetsbare repertoire te behoeden. Daarom is de cd als naslagwerk zeer waardevol. Of je als leek geïnspireerd raakt door deze minimal music, is maar nog de vraag. Hoewel, de zwaar resonerende gongs, het staccato slagwerk en de dwalende bamboefluiten kunnen zeker rustgevend zijn. (September 2012)


Laïla Amezian - Triode
Music & Words

De ongewone stembuigingen met arabeske versieringen van Laïla Amezian, in samenspel met de klassieke cello van Anja Naucler en de rijke, moderne percussie van Stephan Pougin zijn mooi maar ook ietwat bevreemdend. Triode, het debuutalbum van de zangeres uit België met Marokkaanse achtergrond, is een ode aan de zang. De vocalen bewegen zich vrij, in de soms wat zwaar aangezette klankschildering van Arabische, klassieke en jazz-penseelstreken. De gastmusici Laurent Blondiau op flügelhorn en trompet, en Michaël Grébil op e-gitaar en ceterina d’amore (een Middeleeuwse vedel) passen hier fijn bij met hun ijle klanken. Amezian heeft de teksten van de Libanees-Amerikaanse dichter Khalil Gibran, de twaalfde eeuwse schrijver-filosoof Ibn Arabi, en de veertiende eeuwse dichter Al-Mutanabbi op muziek gezet, die vervolgens zijn gearrangeerd door Grébil. Maar ook de jazzstandard Strange Fruit, een ode aan Nina Simone die met haar vertolking een link legde tussen klassieke muziek en jazz, is te horen. Een gewaagde keuze, omdat Amezian in het Engels zingt – wat goed is voor de herkenbaarheid, maar ook enigszins dissoneert. Dat geldt ook voor The Gift, maar daar stapt ze halverwege over op het Arabisch. Amezian, die gewend is om zich in verschillende muzikale werelden te bewegen, is ons waarschijnlijk een paar stappen voor. Hopelijk komt er een vervolg op deze cd, zodat wij als luisteraar mee kunnen groeien. (September 2012)


Arnaldo Antunes, Edgar Scandurra, Toumani Diabaté - A Curva da Centura
Mais Um Discos

Het is de curve van een zwierende vrouwelijke taille of een geografische curve die Mali en Brazilië met elkaar moet verbinden. Muzikaal ligt de wereld van Arnaldo Antunes en Edgard Scandurra ver van die van Toumani Diabaté. Het is rock versus traditioneel. Geen wonder dat ook Sidiki, de zoon van Diabaté, meedoet. Hij is jong en kan zich met zijn snelle techniek en wahwahgeluiden gemakkelijk aanpassen. De kiem van dit project is gelegd in Rio de Janeiro tijdens het Back2Black Festival. Diabaté speelde samen met Antunes en Scandurra na slechts twee uur repetitie. Het klikte, en Diabaté nodigde hen uit om in Mali iets op te nemen. Nieuwsgierig zijn ze op zijn voorstel ingegaan en in april 2011 naar Mali vertrokken met eigen materiaal. De rockgeoriënteerde muziek van Scandurra met de meesterlijke teksten van Antunes (die hij met zijn karakteristieke lage stem vertolkt) zijn in Mali aangevuld met het sprankelende koraspel van Toumani Diabaté en zoon. Op het album staan twee nummers die niet van het duo uit São Paulo zijn, namelijk Kaira van Diabaté en Elisa van Serge Gainsbourg. Over het algemeen zijn het goed in het gehoor liggende liedjes, met een paar pareltjes zoals Cê Não Vai Me Acompanhar, A Curva da Cintura, Kaira, en Se Você. Het is een geweldige manier om elkaars cultuur te leren kennen. Ik ben benieuwd naar het vervolg. (Juli 2012)

Värttinä - Utu
Rockadillo

In de bijna dertig jaar dat de Finse popfolkgroep Värttinä bestaat, is er veel gevarieerd en geëxperimenteerd. Het begon allemaal in een piepklein dorpje, Rääkkylä, waar twee jonge zusjes, Sari en Mari Kasinen, de groep Tsukupat oprichtten. Aangestoken door de interesse van hun moeder in de oude volkscultuur van Karelië, zijn ze zich vooral daarop gaan richten. De zussen gaan verder als Värttinä in 1983, en twee jaar later komen daar ook instrumenten bij. In de loop van de jaren is de groep in alle opzichten alleen maar gegroeid, en weer geslonken tot normale proporties. Nu zijn ze met z’n vijven (21 leden was het record) met Mari Kasinen als enige originele bandlid. Op het album doet ook een vijftal gastmusici mee, waaronder zanger Wimme Saari in Manuttu en jazzsaxofonist Kukka Lehto. De bezetting bevat instrumenten als kantele (tafelharp), accordeon, drums, percussie, bas en snaren, en ook te horen zijn de Indiase bansuri (bamboefluit) en de Armeense duduk (hobo). Een constante factor en wapenfeit is de sterke, heldere samenzang. Het mooie van dit nieuwe album, voor het eerst op het label Rockadillo, is dat folk en moderne invloeden zoals world, pop, rock en jazz ontzettend goed in balans zijn. Trouwe fans van de groep kunnen zich verheugen en het album zal ongetwijfeld een nieuw publiek aantrekken. (Juni 2012)


Ibrahim Maalouf - Diagnostic
Mi’ster Productions / Harmonia Mundi

De nieuwe cd van Frans-Libanese trompettist, componist en arrangeur Ibrahim Maalouf maakt deel uit van een drieluik dat is uitgebracht op zijn eigen label. Met zijn eerste album Diasporas uit 2007 begint het verhaal, Diachronism (2009) werpt een vraag op, en Diagnostic geeft het antwoord. Het complete drieluik is een eclectisch en transglobaal meesterwerk waaraan uiteenlopende gastmusici hebben meegewerkt. Op Diagnostic is de Frans-Braziliaanse Zalindê prominent aanwezig. Deze multiculturele vrouwendrumband zorgt voor een stevige batucada in nummers als Maeva in Wonderland, Never Serious en They Don’t Care About Us. De laatste, met als subtitel We’ll Always Care About You, is gebaseerd op een compositie van Michael Jackson. Verder zijn alle composities van Maalouf. De verpletterende bonustrack Beirut, die contemplatief begint en in een heavy-metalmodus eindigt, is gewijd aan alle mensen uit Libanon. De melodie heeft hij op 13-jarige leeftijd gecomponeerd toen hij door de verwoeste hoofdstad liep met op zijn walkman muziek van Led Zeppelin. Alle tracks zijn toegewijd aan zijn naasten, zoals zijn dochter, echtgenote, zusters, moeder en vader, van wie hij de Arabische manier van trompetspelen (met kwarttonen) heeft geleerd. Zijn elegante en lyrische pianospel laat horen dat Malouf een klassieke opleiding heeft genoten. Hij speelt ook marimba en framedrums, en hij zingt. Op de overwegend instrumentale plaat zingt de Frans-Malinese rapper Oxmo Puccino het nummer Douce. Naast heavy metal, klassiek, jazz en oriëntaalse invloeden krijgen we ook balkan- en latinklanken te horen, zelfs de er-hu (tweesnarige vedel) van Guo Gan. Net zoals Ryuichi Sakamoto en Nguyên Lê laat Maalouf zich geenszins beperken. Het zijn contrasten als licht en zwaar, zacht en schel die de muziek zo rijk en boeiend maken. (Mei 2012)


Göksel Yilmaz Ensemble - Gezgin
Silvox
Het debuutalbum van de Göksel Yilmaz Ensemble zit vol prachtige subtiliteiten, fluweelzachte arrangementen en weemoed. Het is een fijn staaltje hedendaagse kamermuziek met een sterk Arabo-Turkse component. De vocalen zijn van Göksel Yilmaz en/of gastzangeres Funda Yilmaz, zoals in Shat Iskenderiyya, een ode aan de Libanese zangeres Fairuz. Alle werken zijn opgedragen aan iets of iemand. Aan de Armeens-Turkse sazspeler Mehmet Ruhi Su, de Libanese udspeler Marcel Khalife, aan het leven, aan alle vrienden, aan jou, en aan alle mensen die strijden voor vrijheid. Ongetwijfeld bronnen van inspiratie voor de componist Göksel Yilmaz, die niet alleen zingt, maar ook saz (grote luit), gitaar en cura (kleine luit) speelt. Hij richtte het ensemble in 2006 op en het bestaat buiten Yilmaz zelf uit Anne Bakker op viool, Sándór Kém op contrabas en Ulas Aksünger op percussie. Naast Funda Yilmaz spelen de gastmusici Peter Rikkers op gestreken contrabas en Ferdinand Dekker op accordeon en piano een rol. De eerste drie van de tien nummers zijn traditionals. De composities van Yilmaz zijn wat complexer, en licht gedrenkt in westerse stijlen als jazz, klassieke muziek en blues. Een mooi voorbeeld hiervan is Hurriya Freedom, waarin Dekker alle ruimte krijgt om te improviseren. (Maart 2012)


Gather Roses - As the Sun Will Guide Me Home
Eigen beheer

Marista Gather Roses (Pluk de dag) is de Groningse groep rond singer-songwriter Roos Galjaard. As the Sun Will Guide Me Home is het derde album van de groep, die eerder Beautiful World (1998) en Together (2001) uitbracht, terwijl Galjaard zelf in 2010 met een soloalbum kwam. Zoals bijna elke soulzanger het in de kerk geleerd heeft, is de straat de beste leerschool voor de singer-songwriter. Op vroege leeftijd is Roos Galjaard haar eigen liedjes gaan vertolken op straat in Nederland en Zuid-Afrika. Haar omzwervingen als straatmuzikant hebben haar stem sterk gemaakt. Galjaard zingt prettig zuiver en haar melodieën liggen comfortabel in een klein toonbereik met hier en daar wat beheerste uitschieters. Op het eerste gehoor zijn de korte liedjes een variant op popfolk. Er zitten echter verrassende jazzy passages en afwijkende ritmes in, en de samenstelling van de groep is ook niet alledaags. Naast drums, gitaar, bas en piano, die enigszins overheersen, geven de accordeon en de trombone een heerlijke zwier aan de songs. (Januari 2012)


Adel Salameh - Awda
Enja Records / Codaex

Awda, de nieuwste cd van de Palestijnse ud-speler Adel Salameh klinkt door het ontbreken van percussie bijna impressionistisch. We horen Adel Salameh op ud, Philippe Roche op gitaar en Valerie Dulac op cello. De nostalgische, enerverende, en zo nu en dan trage melodieën geven een persoonlijk inkijkje in het leven van Salameh. De muziek is geïnspireerd op een reis naar zijn geboortedorp Tulkarim en naar Jerusalem. De geuren, de mensen, de straten en de buurt hebben latente gevoelens in hem losgemaakt. Tegelijkertijd voelde hij zich als een vreemde, een toerist. De melodieën komen soms bekend voor, net als de indrukken van zijn reis. Vertwijfeling en vervreemding hoor je in de verstilde en geïmproviseerde passages. Niet iedereen zal daarvan houden, maar voor degene die zich wil laten meevoeren biedt Awda ideale luistermuziek. Voordat Adel Salameh in 1990 naar Europa emigreerde, trad hij op als solist. Inmiddels heeft hij op vele plekken in de wereld met verschillende musici gespeeld en wordt hij wel gezien als de ambassadeur van de Arabische muziek in het Westen. Zijn ud vormt in ieder geval een mooie brug tussen Oost en West op deze prachtige cd. (Januari 2012)


Sina Nossa - Alforria
Peregrina / Xango

Fado is een levende traditie. Het Portugese genre is niet alleen door Unesco uitgeroepen tot beschermd erfgoed, maar vindt zichzelf alsmaar opnieuw uit en verspreidt zich over de hele wereld. Zo komt Sina Nossa uit Duitsland en bestaat de groep uit vijf Portugezen, een Braziliaan en een Duitser. De liefde voor de fado heeft hen in 2005 samengebracht; 'sina nossa' is Portugees voor ‘onze bestemming’. Het album Alforria is de opvolger van Enfadoação uit 2007 en betekent vrijbrief. De titel slaat op het eerste nummer, waarin gezongen wordt over een doodgebloede liefdesrelatie, maar eigenlijk vooral op de vrije omgang met de fadotraditie. Dat komt natuurlijk door de samenstelling van het ensemble (Portugese gitaar, flamencogitaar, contrabas, piano, accordeon en percussie) en door de invloeden uit de pop, de jazz, de latin en de klassieke muziek. Toch is er een zweem van nostalgie te bespeuren in de melodieën en de instrumentatie. De stem van Anabela Ribeiro, die uit Rio de Janeiro komt, is warm en vederlicht door haar tongval, die veel melodieuzer is dan die van de doorgaans serieuze fadistas. Deze gekleurde, vrolijke en licht-melancholische fado is een aanwinst. (Januari 2012)


Antonio Adolfo - Chora Baião
AAM Music

De lange muziekcarrière van jazzpianist en componist Antonio Adolfo begon in 1963 bij de Samba Cinco. Adolfo heeft inmiddels een aantal grote hits (Tema Triste, Teletema) op zijn naam staan en heeft samengewerkt met een indrukwekkende lijst artiesten, waaronder Elis Regina, Nara Leão, Maria Bethânia en Stevie Wonder. Daarnaast componeert hij voor theater en film en schrijft hij didactische muziekboeken. Als een echt vakman heeft Adolfo op zijn nieuwe cd Chora Baião de traditionele Braziliaanse genres choro en baião – die op zichzelf samensmeltingen zijn – tot op het bot geanalyseerd en opnieuw in de blender gedaan met Braziliaanse jazzfusion, en een mix van bossa, blues en smoothjazz. Adolfo laat naast zijn eigen composities werken van Guinga en Chico Buarque horen. De formatie bestaat uit excelente musici, met Adolfo op piano, Leo Amuedo op gitaar, Jorge Helder op contrabas, Rafael Barata op drums en Marco Suzano op percussie. In twee nummers (Você Você en A Ostra e o Vento) horen we de vocalen van Carol Saboya. Het resultaat is een gladgestreken sound die soms spannend is – vooral wanneer je duidelijk de tweekwartsritmes hoort van de baião en de choro –, maar vaak toch aan de saaie kant. (November 2011)

Lucas Santtana - Sem Nostalgia
Mais Um Discos

Het Engelse label Mais Um Discos brengt muziek uit van Braziliaanse artiesten die ongegeneerd stijlen fuseren, genres negeren en de puristen irriteren. Sem Nostalgia is Lucas Santtana’s vierde album, en werd al in 2009 uitgebracht in zijn thuisland. Al zijn albums representeren een eigen universum, en in Sem Nostalgia duikt hij in de begintijd van de bossanova, toen João Gilberto met slechts gitaar en stem de wereld veroverde. Volgens Santtana is deze formule bevroren in de tijd en hij laat op dit album horen dat daar veel meer uit te halen valt. De instrumentale hit Super Violão Mashup is het meest experimenteel met een lichte surfrockgitaar, electro-beats en een berimbão. De briljante videoclip die erbij hoort, laat een grappige battle zien tussen twee streetdancers. In zijn singer-songwritertracks worden Santtana’s stem en gitaar gekleurd door het geluid van een typemachine of het gekwetter een vogel met of zonder dub-bas. De cd is alles behalve eenduidig. Aan een aantal nummers hebben gastmusici meegewerkt, zoals Arto Lindsay (in o.m. Hold Me In), João Brasil (O Violão de Mario Bros), Regis Damasceno (Recado para Pio Lobato) en Ronie Jorge (Cá pra Nós), waardoor de liedjes een eigen combinatie van stijlen hebben gekregen. Het heeft de plaat een open karakter gegeven. Kosmopolitisch en toch Braziliaans, in de traditie van de Tropicalisten Tom Zé, Gilberto Gil en Caetano Veloso, die net als Santtana ook uit Bahia komen. Santtana is, wat mij betreft, geslaagd in zijn opzet. (Oktober 2011)

Sami Yusuf - Wherever You Are
Coast to Coast

In Whatever You Are vertelt de jonge Brits-Iraanse zanger en componist Sami Yusuf over persoonlijke gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden tussen 2007 en 2010. Ieder woord en iedere toon komt uit het diepst van zijn ziel. Nog belangrijker is zijn liefde voor Allah die in ieder lied doorsijpelt. Met zijn muziek probeert hij jonge moslimgelovigen zelfvertrouwen te geven. Voor onze nuchtere (atheïstische) Hollandse oren, waar ik me onder schaar, is deze muziek misschien onverteerbaar. Maar om de cd weg te zetten als zijnde oninteressant, is té drastisch. De muziek is namelijk een hele slimme mainstreammix tussen Oost en West. Yusuf heeft een enorm publieksbereik. Van zijn debuutalbum Al-Mu’allim zijn meer dan drie miljoen exemplaren verkocht en als superstar heeft hij fans in Europa, de VS, het Midden-Oosten, Zuidoost-Azië en Noord-Afrika. Deze zijn derde cd Whatever You Are heeft best enkele aardige nummers, zoals de titeltrack en het nummer You Came to Me. Dit laatste lied staat er zelfs vier keer op, in het Engels, Turks, Iraans en Arabisch. Met zijn fraaie stem vol pathos en arabeske versieringen weet hij de boodschap goed over te brengen. (Juli 2011)

Teofilo Chantre - MeStissage
Lusafrica / Coast to Coast

MeStissage opgezet, kabbelen de rustige Kaapverdische morna’s en coladera’s zo aan je voorbij. Totdat Entre-temp begint en plotseling woorden als Macintosh, MySpace, usb, Yahoo, sms en Google je wakker schudden. Teofilo Chantre houdt ons een spiegel voor, of eigenlijk Marc Estève die de tekst heeft geschreven. We leven in een maatschappij waarin persoonlijke menselijke interactie wordt vervangen door digitale communicatie. Een ander opvallend nummer is Oli’me Ma Bô, waarin Chantre een duet zingt met de Franse acteur en singer-songwriter Bernard Lavilliers. Chantre woont sinds zijn 13de in Frankrijk en zijn heimwee naar Kaapverdië is de motor achter zijn muzikantenbestaan. Hij schrijft voor sterren als Cesária Évora en is al een tijd voor zichzelf bezig. MeStissage is het zesde album van singer-songwriter Theofilo Chantre. Hij heeft sinds zijn debuut de succesvolle formule gevonden waarbij hij zijn gevoelens verwerkt in mooie akoestische werkjes. De bitterzoete accordeon van Jacky Fourniret, de strijkers, en de gitaar van Chantre drijven nostalgisch op de zachte dansritmes. Zo te zien wil hij van deze formule niet meer afwijken. Het is op zich logisch, omdat het bij Chantre past, maar op den duur gaat dit vervelen. (Juni 2011) 

Nguyên Lê - Songs of Freedom
Act Music / Challenge

Uit I Wish van Stevie Wonder is alle groove weggefilterd. De melodie, gezongen door David Linx, is vertrouwd, maar de rest is anders. Het arrangement is complex en eclectisch. De Indiase bhangra en de hoekige jazzgitaar van de Frans-Vietnamese Nguyên Lê geven het lied een extatische vervreemding. Alle nummers op Songs of Freedom ondergaan een soortgelijke behandeling met weer andere ingrediënten. Het zijn covers van artiesten die iets betekenden in de popcultuur van de jaren zeventig. Liedjes die wereldwijd in het collectieve geheugen zijn opgeslagen en daarom onder wereldmuziek vallen. Het zit ’m al in de titel, die overigens van Bob Marley is. Lê neemt de vrijheid om deze grijsgedraaide hits (waaronder Redemption Song, Come Together, Mercedes Benz, Whole Lotta Love) te transformeren en een plek te geven in de wereld van morgen. Het door de tijd verbleekte album Beauty van Ryuichi Sakamoto uit 1989 was ongetwijfeld een voorbeeld. Lê heeft alle tracks gearrangeerd en geproduceerd. Hij refereert, zoals in heel zijn jazzfusionoeuvre, aan zijn Vietnamese roots – and beyond. De line-up van special guests is net zo bijzonder als zijn keuze voor de liedjes. Een van mijn favoriete nummers is Ben Zeppelin, gevolgd door Black Dog van Led Zeppelin gezongen door Dhafer Youssef. De esoterische stem met Youssef met de scheurende gitaar van Lê, vibrafoon, afwijkende drums... waanzinnig! Excentriek, exotisch en toch familiair. Alvast mijn nummer één op de top 10-albums van 2011! (Juni 2011)


The Stance Brothers Introduces a Magnificent New Talent: Jo Stance
Ricky-Tick Records
Er hangt een denkbeeldige muffe lucht aan de 'vergeelde' kartonnen cd van de Finse Jo Stance. De cd is, zoals vinyl, zowel aan de voor- als aan de achterkant zwart. Vintagezwart is ook de kleur van de muziek van deze bleke Finse soulband. Ja, de Finnen surfen ook mee op de grote schuimende retrogolf. En eerlijk gezegd klinkt dit helemaal niet gek. Pittige garagesoul afgewisseld met delicate ballades. Heerlijk! ‘Jo Stance’ is een project van zangeres Johanna Försti en drummer Teppo ‘Teddy Rok’ Mäkynen, de producent achter The Stance Brothers. Mäkynen wordt in Finland gezien als een van de beste jazzdrummers. Op Jo Stance zit hij achter de drums en speelt hij ook gitaar, bas en vibrafoon. Van de band van de broertjes Isiah and Dwayne Stance is niemand meegekomen. De link is het rauwe vintagegeluid. Een plaat met vocalen is toch altijd iets aantrekkelijker, zeker als de zangeres een flexibele, krachtige en warme stem heeft. Het nummer Changes, met een vuig gitaartje van Mäkynen en de soul van Förtsi, wordt in Nederland al bijna grijs gedraaid. Oud is weer nieuw, je wordt met deze cd danig in de war gebracht. (Mei 2011)


Mor Karbasi - Daughter of the Spring
Le Chant du Monde / Harmonia Mundi
Nog maar net kennis gemaakt met Mor Karbasi uit Israël via zowel de World Sessions als haar debuutalbum The Beauty and the Sea uit 2008, en nu ligt haar tweede album alweer in de schappen. Op Daughter of the Spring staan (mondeling overgeleverde) Sefardische liedjes, afgewisseld met eigen nummers. De jonge ladinozangeres is haar partner, gitarist Joe Taylor, gevolgd naar Engeland, maar tegenwoordig wonen ze in Sevilla om zich te laten inspireren door de flamencotraditie. Het is uiteraard geen specifiek Spaanse plaat geworden. Karbasi en Taylor hebben het instrumentarium zelfs verrijkt met een bansuri (Chinees/Indiase bamboefluit), klarinet, Arabische fluit, percussie en strijkers. Op haar eerste album valt Mor Karbasi op door haar iele stem, die soms alien-achtig en freaky klinkt. Dit album is wat dat betreft een stuk degelijker, maar haar stem is eigenlijk te jong en te licht voor de muziek die wat dramatisch en groots aandoet. De lichte vibrato in haar sopraanstem werkt alleen maar tegen. In een aantal nummers, zoals het fraaie Ay Ke Buena, met alleen percussie en stem, gebruikt ze de versieringen van de flamencozang, maar de expressieve emotie die flamenco eigen is, laat ze weg. Enigszins teleurstellend. (Mei 2011


Iness Mezel - Beyond the Trance
Wrasse Records

Bij de eerste noten van dit album krijg je al meteen de neiging om het geluid flink hard te zetten vanwege de opzwepende Noord-Afrikaanse ritmes, een scheurende Toeareg-gitaar en de koele stem(men) van Iness Mezel. In een aantal nummers hoor je ook nog de heldere kora van Seckou Keïta. De rustige nummers, zoals Tahkei’t, met akoestische gitaar en viool, waarin de nadruk ligt op de vocalen, zijn werkelijk wonderschoon. Beyond the Trance is de derde cd van deze Frans-Algerijnse Fatiha Messaoudi, de echte naam van Iness Mezel. Haar debuutalbum Wedzel is dertien jaar geleden uitgekomen en het album Len zeven jaar geleden. Door haar achtergrond heeft Mezel altijd al de neiging gehad om verschillende elementen door elkaar te mixen. In Parijs en Algerije heeft ze veel soorten muziek tot zich genomen. Ze heeft niet alleen piano gestudeerd, maar ook barokzang en jazzimprovisatie. De kracht van haar nieuwe album ligt in de samenwerking met producent Justin Adams, die gewend is om met dit soort projecten te werken. Mezel, die alle nummers zelf heeft geschreven, ziet dit album als het hoogste bewijs van haar zelfvertrouwen. Ze laat op Beyond the Trance diverse kanten van zichzelf zien. En het klopt als een bus! (April 2011)


Ladysmith Black Mambazo - Songs from a Zulu Farm
Proper Records

Gekraai, geloei, geblaat. Op de nieuwste cd van de gerenommeerde Zuid-Afrikaanse a-capellagroep Ladysmith Black Mambazo, Songs from a Zulu Farm, bevinden we ons in de onschuldige wereld van een traditionele Zuluboerderij. De liedjes representeren idyllische herinneringen uit de kindertijd van de zangers, hun ouders en grootouders. Terug naar de wortels dus. Wel even fijn na het vorig jaar verschenen album Ladysmith Black Mambazo & Friends, met lokale en internationale sterren. Op Songs from a Zulu Farm zijn traditionele liedjes bewerkt door Joseph Shabalala en Russel Mthembu. De grappige boerderijgeluiden zijn opvallend. De samenzang en de voorzang van Shabalala zijn onveranderlijk. Om de mensen in het hart te raken, worden harmonieën en ritmes uit de Zuid-Afrikaanse tradities gemengd met de christelijke gospel. Dat doen ze al meer dan veertig jaar. Toch is het geen bejaardenclub, want er zitten vier zonen van de voorzanger in de groep. De jongste, Thamsanqa, zal, als de tijd rijp is, zijn vader opvolgen. De cd is het eerste deel van een trilogie over het leven in Zuid-Afrika dat de groep graag wil tonen. (April 2011)

Aynur - Rewend
Sony Music
“My soul has become a nomad.” De Koerdisch-Turkse zangeres vertelt je op haar nieuwste album Rewend (Nomad) verhalen uit het nomadenbestaan. In het boekje staan de teksten vertaald in het Turks en Engels. Aynur werd er ooit van beschuldigd propaganda te maken voor de Koerdische verzetstrijders. Tegenwoordig is ze gelukkig vrij om in het Koerdisch te zingen. Zou haar rol in de film Fatih Akin uit 2005 (Crossing the Bridge, the Sound of Istanbul) daar iets toe hebben bijgedragen? Het heeft haar in ieder geval meer bekendheid gegeven. Op het album staan vooral traditionele volksliederen (uit Koerdistan) die modern en kosmopolitisch klinken. Het instrumentarium is breed gesorteerd. Percussie uit verschillende gebieden en andere traditionele instrumenten als de kemenche (vedel) en de duduk (hobo), maar ook harp, drums, contrabas en gitaar. Elk lied heeft zijn eigen sfeer. In Xewn (Dream) zingt Aynur met een zachte dromerige stem onder begeleiding van de harp. In Koçerê (Nomadic Girl) worden Arabische vioolklanken mooi gemixt met jazzinstrumenten. Sin ü Saye heeft een opgejaagde sfeer door de percussie en de gejaagde bilûr (herdersfluit). Op Dawzere (Yellow Dress) is het dansen geblazen. Het was een tijdje stil rond Aynur, althans hier in Nederland, maar met dit album zou ze zich weer op de kaart kunnen zetten. (April 2011)


Mercedes Peón -  …---…
Fol / LC Music

De vierde en nieuwste cd van Mercedes Peón komt in een blikken doosje. Het laat meteen zien dat we met een innovatieve en creatieve geest te maken hebben. Peóns muziek zit vol dynamiek. Ze is fragmentarisch en geeft bijna een audiovisuele voorstelling. De titel van het album is een morscode, SÓS, een noodsignaal gebruikt op zee. In het Galicische betekent só alleen. Het heeft alles te maken met de boodschap die Peón uitdraagt, die sociaal kritisch is, constructief en positief. Op een geraffineerde manier zet Peón haar ‘klankbeelden’ neer door gebruik te maken van samples met buitengeluiden, elektronica, elektronische doedelzak, percussie en vocalen. De kans is groot dat ze alles tegelijk bespeelt. De productie, composities en arrangementen zijn allemaal in handen van deze powerlady. Op de cd wordt ze zo nu en dan bijgestaan door vijf muzikanten op bas, gitaar, klarinet, accordeon en elektronica. Mercedes Peón zet zich in voor het behoud en de ontwikkeling van traditionele muziek uit Galicië. Op dit album zijn de echo’s van de Galicische muziek zó nauw verweven met de ultramoderne klanken, dat het aanvoelt als toekomstmuziek. Het is een fantastisch album, waarin je steeds weer iets nieuws ontdekt. (Maart 2011)


Jayanthi Kumaresh - Mysterious Duality, Just Me
Earthsync / LC Music

Dat ‘just me’ in de titel moet letterlijk worden genomen, want dit bijzondere album is een soloproject van Jayanthi Kumaresh. De uit Zuid-India afkomstige Kumaresh is geboren in een traditionele muzikale familie van zeven generaties. Op haar derde jaar begon ze al op de veena te spelen, een snaarinstrument uit het vedische tijdperk (1500 v.Chr.) met een diep, sonoor geluid. In haar 25-jarige carrière is Kumaresh vaak geprezen om haar artistieke gave en haar capaciteiten. Naast haar solo-uitvoeringen speelt ze in diverse jugalbandhis (klassieke muziekuitvoering met een duet van twee solisten) en werkt ze met haar wereldband Indian Spice samen met muzikanten uit andere genres. Als componist maakt ze onder meer werken voor dansproducties. Met dit album slaat Kumaresh een compleet nieuwe weg in. Weg van de traditionele vormen en structuren. Maar wel in de grammatica van de klassieke toonschalen (raga) en ritmepatronen (tala). Ook de manier van spelen klinkt typisch Karnatisch met een drone, ornamentatie, resonantiesnaren en pitchbending. Maar, haar benadering is ánders en nieuw. Laagje voor laagje heeft Kumaresh zeven veena’s opgenomen om tot een symfonisch geheel te komen. Het resultaat is een unieke, harmonieuze en mysterieuze tocht door de krochten van de eeuwenoude veena. (Maart 2011)

Ivan Lins - Intimate 
Wedge View Music / Tone of Voice

Smooth en romantisch zijn de voornaamste stijlkenmerken van Ivan Lins. Deze gerenommeerde bossanova- en mpb-componist, pianist en zanger uit Brazilië heeft een speciale band met ons land. In het verleden heeft hij al eens samengewerkt met Josee Koning en het Metropole Orkest. Zijn cd Intimate is een Nederlandse productie waar een aantal gastmusici aan hebben meegewerkt. Zo is in No Tomorrow de hijgstem van Trijntje Oosterhuis te horen; de muziek blijft romantisch, maar verliest haar Braziliaanse hart. De participatie van de Amerikaanse a-capellagroep Take 6 zorgt voor een misplaatst kerstgevoel. Dandara past zich helemaal aan de Zuid-Afrikaanse a-capellagroep Abaqondisi Brothers aan. Er zijn nog meer speciale gasten aanwezig, zoals de Spaanse zangers Alejandro Sanz en Jorge Drexler, mondharmonicaspeler Antonio Serrano, de Duitse trompettist Till Brönner, vocaliste Laura Fygi en de Amerikaanse jazzzangeres Jane Monheit. Ondanks de prachtige arrangementen en de aandoenlijke kwetsbare stem van Lins wordt uw recensent een beetje wee van dit album. (Februari 2011)


Stranded Horse - Humbling Tides
Talitres Records / Munich

Als je virtuoos sprankelend koraspel verwacht, ben je bij Stranded Horse aan het verkeerde adres. Deze Franse singer-songwriter uit Bristol die in het echt Yann Tambour heet, is zijn relatie met de kora op zijn eigen manier gaan uitdiepen. Zijn interesse voor deze harpachtige West-Afrikaanse luit werd onder meer gewekt door het meesterlijke spel van Toumani Diabaté. Tambour zat toen nog in de experimentele rockband Encre, maar in zijn soloproject – de eerste cd van (toen nog) Thee, Stranded Horse, Churning Strides – stort Tambour zich helemaal op het instrument. Nadat hij het hectische Parijs heeft verlaten, trekt hij zich terug aan de Normandische kust waar hij oorspronkelijk vandaan komt. Hij bouwt eigenhandig twee kora’s die makkelijk mee op reis kunnen. Zijn Engels- en Franstalige liedjes klinken ingetogen en soms wat traag. Met zijn fluweelzachte stem zingt Tambour op een narratieve manier. De cello en viool dragen op Humbling Tides bij aan de donkere melancholiek. Toch is er ook even een sprankelende kora te horen van gastmuzikant Ballaké Sissoko in het nummer Shields. De voorzichtige patroontjes van Tambour op de kora en zijn minimale melodische zanglijnen worden op den duur wel wat eentonig. (Februari 2011)


Arlt - La Langue
Munich

Op het eerste gehoor klinken de atypische liedjes of de chansons van het Franse duo Arlt alsof ze nog in de maak zijn. De stem en de gitaar van Sing Sing komen ongegeneerd gammel over en Eloïse Decazes is nog net geen zuchtmeisje. Het geheel is echter aangenaam lichtvoetig, melancholisch, dwaas, ongepolijst en intiem, net alsof je bij ze in de huiskamer zit. De liedjes zijn minimalistisch en repetitief en zetten je soms op het verkeerde been. Bijzonder is de interpretatie van het Middeleeuwse lied Je Voudrais Être Mariée die Decazes engelachtig zingt op een undergroundgitaartje van Sing Sing. Waar het om draait is het woord. Maar dan is het wel alsof je naar een artfilm kijkt waar je niets van begrijpt maar waarvan later bij flarden de betekenis tot je komt. La Langue is een leuk debuutalbum van Arlt samen met gitarist Mocke (bekend van Holden) en PJ Grappin (heel sporadisch) op drums. (Februari 2011)


Rabih Abou-Khalil - Trouble in Jerusalem
Enja / Codaex

De avantgardistische componist en ud-speler Rabih Abou-Khalil ontwerpt de hoezen van zijn cd’s meestal zelf. Het zijn altijd kunstwerkjes op zich, met gouden Arabische letters en versieringen. Op Trouble in Jerusalem staat echter zijn portret. Het album is dan ook afwijkend in zijn oeuvre. In opdracht van het Duitse televisiekanaal ZDF, Arte en het München Filmmuseum heeft Abou-Khalil symfonische werken gecomponeerd voor de Duitse film Nathan de Wijze uit 1922, een bewerking van een drama uit 1779 van de Duitse schrijver Gotthold Ephraim Lessing. Het is een parabel over religieuze tolerantie en een pleidooi voor humaniteit. De in Duitsland woonachtige Abou-Khalil is met zijn Libanese achtergrond de aangewezen persoon om dit project uit te voeren. Hij heeft zelf de religieuze tweedracht aan den lijve ondervonden in zijn thuisland. Abou-Khalil heeft werken gecomponeerd voor het Bundesjugendorchester onder leiding van Frank Strobel. Abou-Khalil speelt zelf ook mee en heeft hij zijn trouwe metgezellen Michel Godard op tuba, Jarrod Cagwin op framedrum en geluidstechnicus Walter Quintus erbij betrokken. In de stukken hoor je duidelijk dat hij zijn eigen werk recyclet. Het orkest voert ze op een prachtige en lyrische manier uit, een ware versmelting van Arabische melodieën en westerse harmonieën. De wat meer bombastische passages zijn wat overdreven, maar misschien komen die beter tot z’n recht als je de film erbij ziet. (Januari 2011)


Ma
jid Bekkas - Makenba 
Igloo / AMG
Zanger, componist, arrangeur, ud- en guembrispeler Majid Bekkas staat in Marokko bekend als de ‘magiër der ontmoetingen’. Op zijn nieuwste album Makenba gaat hij een dialoog aan met de Franse basklarinettist en saxofonist Louis Sclavis, de Argentijnse percussionist Minino Garay en Ali Keïta uit Mali op balofon. De oeroude gnawaklanken van de guembri (driesnarige basluit) en percussie mengen makkelijk met de bombo (Argentijnse trommel) vooral in de gelijknamige titeltrack Makenba. Alleen wordt de bombo snel naar de de achtergrond verdrongen door het droge getokkel van de guembri en het stimulerende metalen geklepper van de querqebats. De scherpe hoge houtklanken van de balofon komen er wel altijd bovenuit. Sclavis, waar Bekkas al vaker mee heeft samengewerkt, geeft er met zijn sax of klarinet een freejazzrandje aan, soms tegen het irritante aan. Liever hoor ik zijn diepdroeve frasen synchroon met de ud. Het ud- en het guembrispel van Bekkas doen denken aan zijn desertbluesperiode, vooral in Sahara Blues, of in het prachtige Louhid met alleen ud, lichte percussie en bombo, waarop Bekkas een gedicht uit de 17de eeuw zingt. De ontmoetingen op deze cd zijn eigenlijk heel comfortabel: Malinese traditionele muziek en gnawa zijn familieleden. Jazz en zelfs Argentijnse genres als chacarera, zamba en cueca hebben geschiedkundig een link met Afrika. Het zou wellicht spannender zijn als Bekkas een ontmoeting aangaat met muzikanten die echt heel ver af staan van de gnawatraditie. (Januari 2011)


Danyel Waro - Aou Amwin
Cobalt Records

Danyel Waro, de ambassadeur van de Creoolse cultuur en maloyastijl uit Réunion, het vulkanische eiland vlakbij Mauritius, is onlangs geëerd met een Womex Artist Award. Maloya is ontstaan uit liederen van slaven op de plantages die zich hebben ontwikkeld tot een stijl waarin Afrikaanse, Indiase en Malagassische elementen zijn verwerkt. De muziek was een tijdlang verboden door de Franse autoriteiten. Dankzij de activistische inzet en artisticiteit van Danyel Waro is maloya niet in de vergetelheid geraakt en heeft ze zich verder kunnen ontwikkelen. Waro zal zichzelf eerder beschouwen als een verzetstrijder dan als artiest. Naast instrumenten bouwen en optreden werkt hij gewoon op het land. Zijn gedichten in het Creools zingt Waro met een emotioneel beladen stem. Ze verwoorden sociaal onrecht, racisme, liefde en dood. Op deze dubbel-cd spelen lotgenoten van Waro, de Corsicaanse polyfonische groep A Filetta (A Paghjella di l’Impiccati en l’Invitu) en de Zuid-Afrikaanse rapper Tumi (Mandela), een bijzondere rol. In de polyritmische nummers verrijken de percussionisten de vraag-en-antwoord-structuur met een waaier van stemmen, terwijl Waro een plat, vierkant schudinstrument bespeelt. Aou Amwin is in musicologisch opzicht een belangrijk album, maar vooral is het gewoon steengoed. (Januari 2011)


Huun Huur Tu - Ancestors Call
World Village / Harmonia Mundi

Dankzij Hanggai en Huun Huur Tu verovert de boventoonzang een plaatsje in de hedendaagse wereldmuziekscene. Vergeleken met de Chinees/Mongoolse rockgroep Hanggai gaat de Tuvaanse groep al heel wat jaren langer mee. Hun eerste cd stamt uit 1993. Ook zij combineren modern/westers met de igil (vedel) en de doshpuluur (langhalsluit), maar dan anders. Huun Huur Tu is in de loop van hun bestaan interessante samenwerkingen aangegaan met onder meer het Kronos Quartet, Hazmat Modine en geluidswizard Carmen Rizzo. Op het nieuwste album Ancestors Call laat Huun Huur Tu horen dat traditionele muziek zich ook kan ontwikkelen zonder al te veel traditievreemde elementen. Neem het prachtige Orphan’s Lament met zang en boventoonzang boven een drone van jeremiërende igils. Chyraa-Koor doet zelfs denken aan de muziek van minimalistische componisten als Steve Reich. Odugen Taira, met z’n subtiele elektronische basis, neigt een beetje naar kitsch, dat weer wordt opgeheven door de constante flow van boventonen en een tetterende en kussende trompet (duidelijk beïnvloed door Rizzo). Hoewel het opwindende galopritme niet ontbreekt, zijn de meeste nummers op dit album contemplatief, spiritueel en vooral boeiend. (December 2010)

Axel Krygier - Pesebre
Crammed Discs / Coast

Iedere track van Axel Krygiers vierde album Pesebre is verrassend en speels. Met allerlei vindingrijke effecten en geluidjes weet de Argentijnse multi-instrumentalist een creatief album te produceren. Krygier draait er z'n hand niet voor om. Al op jonge leeftijd zag hij de lol ervan in om te experimenteren met opnameapparatuur. Op Pesebre speelt hij keyboards, klarinet, saxofoon, accordeon, bas en elektronica. Manuel Schaller maakte de eindmix en co-produceerde het album. Je hoort van alles voorbijkomen: surfrock in Esclavo de Olor, cumbia met slideguitar in Cumbieton Rutero, reggae in Campo de Marte, cumbia-dub en Peruaanse panfluit in Tucumana en klezmer in La Fiera! Lekkere dansbare en humorvolle muziek, maar toch ook wel melancholisch. Krygiers fascinatie voor dierengeluiden krijgt gestalte in de gelijknamige titeltrack Pesebre (kribbe) met een tijger, kippen, krekels en geiten. Je hoort iemand ‘sleeping and dying, this is very common’ declareren. De animatie van zijn hand die bij dit nummer hoort, is evenzo kunstzinnig als licht absurdistisch. Het wordt tijd dat we Axel Krygier beter leren kennen! (December 2010)

Souad Massi - Ô Houria (Oh Liberty)
Wrasse / LC Music
Wat gebeurt er als singer-songwriter Souad Massi in het vervolg alleen nog maar in het Engels of Frans gaat zingen? Dan hoeft het grote internationale publiek alleen nog maar te wennen aan haar Algerijnse naam. De muziek op dit vijfde album doet bij vlagen denken aan die van countrydiva’s als Alison Krauss, maar door de akoestische snaarinstrumenten en rechttoe rechtaan bas en drums krijg je al gauw een landelijke, lichte rocksfeer. Massi’s fluweelzachte stem, zowel comfortabel als raspend en sierlijk door het Arabisch, geeft deze muziek wel weer een aparte twist. Soms kabbelt het allemaal aangenaam voorbij. Het wordt pas echt spannend in All Remains To Be Done, waar Massi een duet zingt met Francis Cabrel, met de virtuoze, bijna agressieve ud van Mehdi Habbad (Speed Caravan). Hij is ook te horen in het lied A letter To Si H’Med, een protestbrief aan de voormalige burgemeester van haar dorp in Algerije. Wonend in Frankrijk heeft Massi alle vrijheid om de politieke en sociale realiteit in haar liederen te becommentariëren. Maar ook universele kwesties als milieu en onrecht raken haar. De bonustrack Let Me Be In Peace laat een heel ander geluid horen door de stem en piano van Paul Weller (bekend van The Jam en The Style Council), die al jaren fan van Massi is. Had er niet per se bij gehoeven. (November 2010)


Magnus Lindgren - Batucada Jazz
Enja Records
De Zweedse tenorsaxofonist Magnus Lindgren heeft zich laten onderdompelen in de sambascholen van Rio de Janeiro. Voor zijn zevende album componeerde en arrangeerde Lindgren nummers die geïnfecteerd zijn met een vlot batucadaritme. Niet zomaar een extra laagje maar een fusion waarbij afwisselend samba en jazz overheersen. Lindgren werkt met uitstekende muzikanten uit Rio, zoals als Kiko Continentino (piano), Leonardo Amuedo (gitaar), Armando Marcal (percussie, zang) en Pirulito (percussie, zang). In het nummer Farofa is landgenoot en trombonist Nils Landgren speciale gast. Het eerste nummer, Alligator, is een lekkere binnenkomer met zang en samba. De instrumentale nummers Djungledance en Batucada Jazz zijn ook heerlijk licht. Er staan echter ook complexe nummers op met gesoleer op piano, gitaar of tenorsax. Hierin verliest het batucadaritme zijn frivoliteit, maar dit wordt gecompenseerd als Lindgren dwarsfluit speelt. In drie nummers is de batucada helemaal weggelaten. Rio Shadow is een bossajazz, Dalodrum lijkt eerder geïnspireerd op de Zweeds/Indiase fusiongroep Mynta en No More Words is gewoon een romantisch jazznummer. Al met al een prima cd die, ondanks de nieuwe benadering, op mij ietwat belegen overkomt. (Oktober 2010)


Chango Spasiuk - El Chango: The Very Best Of
Nascente / Harmonia Mundi
De Argentijnse accordeonist en componist Chango Spasiuk heeft zeven albums op zijn naam staan en het Engelse label Demon Music Group vond dat het de hoogste tijd was voor een overzicht. Het resultaat is een heerlijke, uitgebalanceerde dubbel-cd met op de ene schijf traditionele stukken en op de andere schijf composities van El Chango zelf. Daarnaast heeft Spasiuk speciaal voor dit album een versie opgenomen van Kilometro 11, samen met Gabriel Cocomarola, de kleinzoon van de ‘godfather of chamamé’, Tránsito Cocomarola, op de bandoneon van zijn grootvader. Een mooi eerbetoon dus aan de chamamé, de volksmuziek uit zijn geboortestreek, het land van de gaucho’s. Spasiuk, kind van Oekraïense immigranten, wordt ook wel de beschermengel van de chamamé genoemd. Zijn verdienste is deze volksmuziek uit de klei getrokken te hebben en op de internationale podia te presenteren. Zijn eigen composities en arrangementen kunnen zelfs gerust onder het label van de klassieke muziek geschaard worden. Door de violen, de gitaar en prachtige melodieën overheerst een melancholische toonzetting, vooral in Solo Para Mi, gezongen door wijlen Mercedes Sosa. Ook op deze schijf staan een aantal nummers die nog niet eerder zijn uitgebracht, zoals Pynandí met jazzpianist Dario Eskenazi. Dit album is een must voor fans van Argentijnse muziek. (September 2010)


The Ipanema's - Que Beleza
Far Out Recordings / Rough Trade

Que Beleza is het vijfde album na de officiële comeback van The Ipanemas in 2001. Deze ‘Afro-Brazilian Kings’ uit Rio de Janeiro hebben in 1964 één album uitgebracht dat jaren later ontdekt is door het Britse label Far Out. Het hart van The Ipanemas is percussionist en zanger Wilson das Neves, de enige originele Ipanema. Het album is een eerbetoon aan Dauette de Azevedo, beter bekend als de bossagitarist Neco, die kort voor de opnamen is overleden. Aangeschoven is een jongere generatie muzikanten die feilloos in de stijl van de oude Ipanemas spelen. Heerlijke vintage samba, samba canção (gezongen samba) en bossa’s met een sterke Afrikaanse spirit. De sombere trombone steekt hier altijd zo mooi bij af, zoals in het instrumentale nummer A Cara Dala, en in Passa o Ponte dat meer jazzgeoriënteerd is. Op dit album is verder de zangeres Áurea Martins te horen. Ook zij komt uit de generatie die in de jaren zestig furore heeft gemaakt. In Lembranças zingt ze een duet met Das Neves, maar haar stem klinkt niet meer zo soepel in de hogere tonen. In Festa Indigesta komt haar warme melancholische stem veel beter tot z’n recht. In de nummers Euê Ô en Eparrei wordt duidelijk verwezen naar de Orisha’s (goden) van de Bahiaanse religie candomblé die nog uit de slaventijd stamt. In het spannende Eparrei hoor je ook nog de birimbau, het ritmische snaarinstrument dat de vechtsport capoeira begeleidt. Van mij mogen ze op het volgende album meer van dit soort nummers opnemen. (Augustus 2010)


Far Out Spaced Oddyssey (Volumes 1 & 2)
Far Out Recordings / Rough Trade
Far Out Spaced Oddyssey is zowel op vinyl als op dubbel-cd uitgebracht. Het Britse label Far Out Recordings heeft een merkwaardige compilatie samengesteld van dreamy folk, soft psych, hard experimentalism, sci-fi exotica en trippy electronics. Op zoek naar de meest obscure muziek die Brazilië te bieden heeft, is het label de archieven in gedoken. Het resultaat is een bonte verzameling van rariteiten, verborgen juweeltjes en nooit uitgebracht materiaal. Het leuke is dat je eindelijk eens muziek uit Brazilië hoort die niet aan de verwachting voldoet. Er is alleen geen peil op te trekken. De akoestische folkliedjes zoals Apocalipse van Jose Mauro en Reza Brava van Piri zetten de toon als eerste tracks. Daarna hoor je de meer sertão (platteland) georiënteerde muziek van Aleuda. Tudo Bonito van Joyce, Nana en Mauricio heeft een bossaritme. Het wordt verwarrend als de sfeer omslaat door de heftige rock van Binario, jazz van Azymuth en de trippy electronica van Troubleman. Ook de tweede cd is een wirwar van genres. Maar, het moet gezegd, er zitten wel dégelijk diamantjes tussen, zoals het folky Verdade Anterior van Mauricio Maestro & Nana Vasconcelos en het zoete Ao Amigo Quartin van jazzsaxofonist Victor Assis Brazil. Het resultaat is, zoals het label zelf aangeeft, bedwelmend, maar soms raak je gewoon een beetje gedesoriënteerd. (Juli 2010)


Sergio Mendes - Bom Tempo
Concord Records/Universal

Ben je een kenner en liefhebber van Braziliaanse muziek, dan zul je deze opgepimpte bossa’s en MPB-nummers (Música Popular Brasileira) waarschijnlijk verfoeien. Gek genoeg is dit album Braziliaanser dan ooit. Op Bom Tempo zijn namelijk veel Braziliaanse muzikanten uitgenodigd, onder anderen percussionist, rapper en zanger Carlinhos Brown, sambista en zanger Seu Jorge en de meesterlijke Milton Nascimento. Natuurlijk is Mendes’ echtgenote Gracinha Leporace ook van de partij en hoor je de soepele stem van Amerikaanse jazzzangeres Nayanna Holley in duet met Brown. Mendes, de ongekroonde koning van de recycling, weet tóch weer op ingenieuze wijze bekende liedjes fris en vrolijk te laten klinken, waarbij voortdurend geciteerd wordt uit klassiekers zoals bijvoorbeeld Mas Que Nada – zucht. Tegelijkertijd klinkt het soms wat ouderwets door zijn jazzarrangementen op de piano en de onverbiddelijke backing vocals. En de dominante beat gaat op een gegeven moment flink vervelen; al in het eerste nummer, Emorio, word je de dansvloer op gesleurd. Maracatu Atomico, met Seu Jorge, is een van de meest creatieve en sterke nummers, en Caxanga, gezongen door Milton Nascimento, is het mooiste liedje; een oase van rust. Voor niet-kenners is dit album een feestelijke introductie tot musica brasileira. (Juni 2010)


Razia - Zebu Nation
Cumbancha Discovery
Helaas komt er niet zo veel muziek uit Madagaskar deze kant op. De cd Zebu Nation van singer-songwriter Razia Said (1959) is dan ook meer dan welkom. Razia zelf is na vele omzwervingen twee jaar geleden teruggekeerd naar het immense eiland dat voor de oostkust van Afrika ligt en een zeer rijke en multiculturele muziektraditie kent. Ook dit album brengt een bijzondere mix van afro, musette, pop en Aziatisch getokkel. Het begint al goed met Babonao, dat ingeleid wordt door de traditionele valiha (citer), wat een goede imitatie op de gitaar blijkt te zijn. Naast gitaar, percussie, drums en zang horen we ook de accordeon, een zeer populair instrument bij de Malagassiërs. Razia heeft de muzikale rijkdom van haar geboortegrond herontdekt en is geïnspireerd geraakt door de lokale muzikanten om in haar moedertaal te zingen. Alleen in het nummer Slash and Burn, waarop ook een sitar te horen is, zingt ze in het Engels. Razia heeft namelijk een boodschap. Ze maakt zich – terecht – zorgen over het milieu en de natuurlijke bronnen van Madagaskar. Boodschap of geen boodschap, het is een heerlijke plaat met een aantal potentiële zomerhits, zoals Salamalama Aby en Mifohaza. Het laatste nummer krijgt zelfs een underground feel door de wahwah op de elektrische gitaar. (Juni 2010)


Black Dutch & More - FraFra Sound
Xango
Fra Fra Sound is al dertig jaar bezig en steeds slagen ze erin om zowel een typisch Fra Fra-geluid neer te zetten als met iets nieuws te komen. Dat typische geluid is een heerlijke mengvorm van afro, latin en Suri-jazz. Nieuw op Black Dutch & More is het gesproken woord. Voor het eerst is de groep een samenwerking aangegaan met de Amerikaanse percussionist, arrangeur, componist, dichter en performer Ghasem Batamuntu. Het is even wennen, maar de eerste track waar Batamuntu op te horen is, Guess What, klinkt vertrouwd doordat de muziek sterk doet denken aan die van Manu Dibango. De woorden van Batamuntu snijden actuele en relevante onderwerpen aan zoals integratie en gelijke rechten. Als je opeens de naam van Geert Wilders voorbij hoort komen in Identity, kun je niet anders dan geboeid blijven luisteren. De instrumentale stukken zijn ook zeer de moeite waard. Zo valt Magyar Indigo – door het gebruik van een loom ritme, lyrische melodiek en zachte blaaspartijen – op tussen de meer opzwepende ritmes. (Mei 2010)

Dhafer Youssef - Abu Nawas Rhapsody “The Wine Ode”
Jazzland Recordings/ Universal
Op zijn nieuwste en vijfde cd heeft de Tunesische zanger, componist Dhafer Youssef gekozen voor zijn akoestische jazzkwartet zonder enige inmenging van electronics zoals op zijn vorige cd’s. Youssef’s udspel en zang worden bijgestaan door de Armeense pianist Tigran Hamasyan, de Frans/Canadese bassist Chris Jennings en de Amerikaanse drummer Mark Giuliana. De cd is mede geproduceerd door de eclectische Frans/Vietnamese jazzgitarist Nguyên Lê, die van invloed zou kunnen zijn geweest op de juiste dosering van ruimte en spel. Youssef lijkt in het begin van het eerste nummer Sacré The Wine Ode Suite op een druphad zanger (klassiek Indiaas), omdat hij zijn frasen zo zorgvuldig opbouwt. Totdat je de haast dierlijke falsettokreet hoort. De stem gaat vervolgens een dialoog aan met de piano die bijna westers klassiek klinkt. Op dit album is de zang van Youssef minder prominent aanwezig, maar die is dan wel zoals altijd van een buitenaardse schoonheid. De instrumentale gedeelten zijn meer van deze wereld. Vooral de nummers Shatha, dat zo’n prachtige optimistische melodie heeft dat je er bijna weemoedig van wordt en Hayastan Dance dat een beetje tegen de latin jazz aanleunt. De laatste track Profane: The Wine Ode Suite zorgt weer voor de zuivere verstilling. (April 2010)


Etran Finatawa – Tarkat Tajje/ Let’s Go!
Riverboat Records/World Music Network
   

In de eerste klanken van de derde cd van Etran Finatawa herken je meteen de hypnotiserende groove en de repetitieve gitaarrifjes uit de Sahara waar we inmiddels aan gewend zijn geraakt. Net als de eerste twee cd’s (
Introducing Etran Finatawa en Desert Crossroads) onderscheidt de groep zich van andere nomadische bluesbands door twee culturen met elkaar te mixen: de Touareq met hun ichumar, typisch speelsstijl op de electrische gitaar en de Wodaabe met hun polyfone zang en kalebassen. Niet alleen op muzikaal vlak verschillen de stammen van elkaar, ze zijn ook anders gekleed zoals de foto op de hoes laat zien. De mix is goed gelukt en dat is in bepaalde opzichten wel jammer omdat de nummers een beetje op elkaar beginnen te lijken. Vrijwel elk nummer heeft een gitaarrifje als intro en staat in een driekwartsmaat. Het nummer Daandé, een traditioneel Wodaabe lied met alleen de hoge solozang, koor, drums (kalebas) en handgeklap, is welkome afwisseling. De teksten reflecteren het harde leven van de nomaden in de woestijn. Maar hebben ook een universele boodschap zoals het lied Aitma (Brother) van Alhousseini Mohamed Anivolla, waarin alle mannen en vrouwen van verschillende rassen en nationaliteiten worden opgeroepen om niet de verschillen te zoeken maar de overeenkomsten te erkennen. (Maart 2010)